Het faillissement wordt vaak gezien als eindstation. Er is geen geld meer en er is geen regeling met de schuldeisers meer mogelijk.

Welke mogelijkheden heeft u en welke stappen moet u zetten?

Zie hiervoor onderstaande onderwerpen:

Vereffening van uw vermogen

Het doel van een faillissement is dat uw vermogen wordt vereffend. Dit is de taak van de curator: hij onderzoekt wat uw vorderingen en schulden zijn en handelt deze af. De curator heeft verschillende taken en bevoegdheden om uw faillissement af te wikkelen:

Afspraken over inkomsten tijdens het faillissement

Hebt u tijdens het faillissement inkomsten, dan komen deze in principe bij de boedel. De curator maakt hierover afspraken met u.

Ongedaan maken van financiële handelingen

Het kan zijn dat u voor de datum van de faillissementsverklaring handelingen heeft verricht waardoor schuldeisers minder kans maken op hun geld. De curator kan in zo'n geval deze handelingen ongedaan maken.

Bestuurders privé aansprakelijk stellen

Ontdekt de curator dat bestuurders misbruik hebben gemaakt van de failliete onderneming ('kennelijk onbehoorlijk bestuur'), dan kan hij ze privé aansprakelijk stellen voor een boedeltekort. Privé bezittingen moeten bijvoorbeeld worden geveild. De opbrengsten komen ten goede van de schuldeisers. Let op! U maakt zich ook schuldig aan 'kennelijk onbehoorlijk bestuur' als u de jaarrekening niet opstelt en deponeert bij de Kamer van Koophandel.

Opleggen dwangakkoord aan schuldeisers

Soms is het mogelijk schuldeisers een faillissementsakkoord aan te bieden. In dat geval ontvangen schuldeisers een percentage van de vordering en schelden ze de rest van het uitstaande bedrag vrij. De curator kan een dwangakkoord opleggen aan schuldeisers die hier niet aan mee willen werken.

Beëindiging van het faillissement

De curator heeft zijn werk afgerond als het vermogen van de failliete onderneming is vereffend. Dan zijn de schulden en vorderingen in kaart gebracht en andere zaken afgewikkeld.

Op dat moment kan het faillissement worden beëindigd:

De curator draagt de beëindiging van het faillissement voor aan de rechter-commissaris. De rechter-commissaris draagt de beëindiging voor aan de rechtbank. Na het akkoord van de rechtbank wordt het faillissement opgeheven. De failliete onderneming houdt in de regel op te bestaan.

Doorstart

Van een doorstart is sprake wanneer na een faillissement de gezonde onderdelen van de onderneming worden voortgezet. Als het faillissement met deze bedoeling wordt uitgelokt is er sprake van "technisch faillissement". Na het faillissement wordt een nieuwe bedrijf opgericht en uit de failliete boedel worden de gezonde onderdelen overgenomen. De belangrijkste reden om een technisch faillissement uit te lokken is meestal een doorstart zonder de zware lasten van het personeel. De personeelsleden hoeven niet te worden overgenomen van het failliete bedrijf. Voor een succesvolle doorstart is het wel nodig dat er in het bedrijf echt gezonde onderdelen aanwezig zijn. Verder moet u een bepaalde zekerheid hebben dat uw afnemers niet afhaken. Een gezonde doorstart is alleen succesvol als u tijdig voorbereidingen treft zodat udirect na het uitspreken van het faillissement van start kan gaan met het nieuwe bedrijf. De financiering van een doorstart is vaak een moeilijk traject. De financiers, zoals de huisbankier en de toeleveranciers, zijn niet snel bereid om hun medewerking te verlenen aan een doorstart. In de meeste gevallen is de huisbankier de grootste schuldeiser. Voor een doorstart zijn dan ook vaak nieuwe financiers nodig.

Enkele valkuilen bij een doorstart zijn:

De gezonde onderdelen van de onderneming blijken achteraf niet gezond te zijn. De curator vecht de doorstart aan omdat de schuldeisers benadeeld zouden zijn. De doorstart is al begonnen voordat het faillissement is uitgesproken. De ondernemer wordt aansprakelijk gesteld in het kader van de bestuurdersaansprakelijkheid van de tijd dat hij ondernemer was in het failliete bedrijf. Ondanks goede voorbereidingen heeft de doorstart te veel geld gekost omdat de curator meerdere gegadigden tegen elkaar heeft uitgespeeld waardoor de oude ‘ondernemer’ achteraf te veel heeft betaald voor zijn doorstart. Een doorstart is mogelijk wanneer de onderneming wordt gedreven in de vorm van een rechtspersoon zoals bijvoorbeeld de BV en de NV. De doorstart van een onderneming door natuurlijke personen is bijna onmogelijk.

Faillissement: Als uw klanten niet betalen

Wat kunt u als schuldeiser doen om vorderingen te innen? Als ondernemer kunt u te maken krijgen met debiteuren die hun rekeningen niet of veel te laat betalen. Het is daarom van belang dat u een goed debiteurenbeheer en een actief incassobeleid heeft. Het kan ook gebeuren dat u van een debiteur die in financiële problemen zit een schikkingsvoorstel krijgt. Of dat een andere schuldeiser het faillissement van uw klant aanvraagt. Dan is het van belang om goed op de hoogte te zijn. Is een herinnering of een aanmaning niet meer afdoende om uw debiteur te laten betalen, dan heeft u de volgende mogelijkheden: Beslag Surseance Faillissement Minnelijke regeling Wettelijke regeling (WSNP) Voorkomen is beter dan genezen Beslag U kunt de rechtbank verzoeken beslag te leggen op inboedel of een deel van het loon of de uitkering van de schuldenaar. Als de rechter uw vordering toewijst kunt u via een deurwaarder het vonnis officieel laten meedelen aan de schuldenaar. De deurwaarder laat vervolgens een minimaal inkomen aan de schuldenaar en de rest als aflossing aan de schuldeiser. Ook kan de deurwaarder een verkoop organiseren van bijvoorbeeld de inboedel. Uit de opbrengsten worden eerst de kosten van de deurwaarder voldaan. Pas hierna is er geld beschikbaar voor de schuldeiser. Het kan lang duren voordat de schuld is ingelost.

Surseance

Een surseance van betaling is een door de rechter vastgestelde adempauze, waarin de schuldenaar probeert orde op zaken te stellen. In geval van natuurlijke personen wordt meestal geen akkoord bereikt of andere oplossing gevonden. Een surseance van betaling biedt voor de schuldeiser slechts in uitzonderingsgevallen soelaas.

Faillissement

Zowel schuldeisers als schuldenaren kunnen bij de rechtbank een faillissement aanvragen. Daardoor kunt u als schuldeiser bij een faillissement betrokken raken doordat een ander het faillissement van uw debiteur heeft aangevraagd. Door een faillissement van uw debiteur wordt ook uw positie als schuldeiser bevroren. De rechtbank benoemt bij het faillissement een curator die alle zeggenschap krijgt over inkomsten, uitgaven en de eigendommen van uw debiteur. In de praktijk levert dit slechts sporadisch aflossingscapaciteit op. Gebeurt dat wel, dan stelt de rechter aan het einde van het faillissement een uitdelingslijst vast waarop staat wie wat krijgt uitbetaald. De curator ontvangt eerst een salaris en een onkostenvergoeding, dan volgen de zogenaamde preferente schuldeisers (Belastingdienst, bedrijfsverenigingen) en pas daarna zijn de overige (concurrente) schuldeisers aan de beurt. In het merendeel van alle zaken blijven juist deze concurrente schuldeisers met lege handen achter. Ga in het handelsregister na of uw debiteur in faillissement is (en wie dan de curator is):

Minnelijke regeling

Een schuldeiser krijgt via een minnelijk akkoord doorgaans slechts een deel van zijn vordering terug. Daar staat tegenover dat hij daarvoor weinig inspanningen hoeft te verrichten. Schuldhulpverleners kunnen soms een oplossing van problematische schulden tot stand brengen. Een enkele keer kan de schuldenaar de gehele vordering alsnog terugbetalen. Meestal doet de schuldhulpverlener een aanbod tegen 'finale kwijting'. Hierbij sluit de schuldenaar een zogenaamd 'saneringskrediet' af, waaruit een deel van de vordering kan worden voldaan aan de schuldeisers. Als een saneringskrediet niet mogelijk is, dan kan een spaarsanering worden ingezet. Hierbij wordt afgesproken dat de schuldenaar gedurende een periode van drie (en soms vijf) jaar zoveel mogelijk spaart. Na deze periode wordt het saldo gebruikt om de schuldeisers af te lossen, waarna het restant van de schulden wordt kwijtgescholden. In een minnelijke regeling krijgt iedere schuldeiser iets, maar sommigen meer dan anderen. De zogeheten 'preferente schuldeisers', zoals de Belastingdienst en bedrijfsverenigingen, krijgen een dubbel percentage ten opzichte van de normale, zogeheten 'concurrente schuldeisers'.

Wettelijke regeling (WSNP)

Als het minnelijk akkoord akkoord niet mogelijk is, biedt de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) mogelijk uitkomst. Voorwaarde is wel dat een minnelijk akkoord niet tot de mogelijkheden behoort. De bewindvoerder krijgt salaris uitbetaald uit de boedel (aflossingsbedrag). Dit gaat ten koste van de aflossing aan schuldeisers. De regeling kent net als bij faillissementen preferente en concurrente schuldeisers, maar de toegewezen percentages zijn dezelfde als bij een minnelijke regeling. Tijdens de wettelijke schuldsanering worden alle incassomaatregelen en renteopbouw geschorst. Er kunnen na toepassing van de WSNP geen nieuwe dwangmiddelen meer worden aangewend om schulden van voor de toepassing te innen. Er is wel een mogelijkheid om alsnog een wettelijk akkoord aan te nemen. Hierover stemmen de preferente en concurrente schuldeisers apart na afloop van de verificatievergadering. Als dit niet leidt tot een akkoord, kan de rechtbank onder bepaalde omstandigheden een akkoord afdwingen. Dit kan leiden tot een door de rechter-commissaris vastgesteld saneringsplan. De wettelijke regeling biedt dezelfde duidelijkheid als het minnelijk traject. De aflossing kan echter lager zijn.

Voorkomen is beter dan genezen

Een snelle rekensom leert dat een problematische schuld betekent dat u als schuldeiser in de regel slechts een deel van uw vordering terugziet. Veel ondernemers calculeren enig verlies als gevolg van dubieuze debiteuren in, maar zien vanzelfsprekend een vordering het liefst gewoon volledig ingelost. Het blijft dan ook de moeite waard om te zoeken naar preventieve maatregelen om de risico's nog verder te beperken. Een goed debiteurenbeleid is dan ook van belang. Indien u te maken krijgt met een schuldenaar die in een problematische schuldsituatie verkeert of dreigt te raken, kunt u hem adviseren contact op te nemen met een schuldhulpverleningsinstantie, bijvoorbeeld een gemeentelijke kredietbank, de gemeentelijke sociale dienst of het algemeen maatschappelijk werk. Hoe eerder een schuldenaar hulp krijgt, hoe groter de kans is dat u nog iets terugziet van uw uitstaande vordering.