Terug naar het overzicht

Dividenduitkering voorafgaand aan de verkoop van uw onderneming

Sinds de invoering van het nieuwe bv-recht kan dividenduitkering voorafgaand aan de verkoop van een onderneming een aantal (financiële) risico’s met zich meebrengen. Het vergt een goede voorbereiding om deze risico’s te voorkomen. Als u dividend wilt uitkeren bij de verkoop van uw onderneming, dan is het belangrijk om met een aantal zaken rekening te houden.

Uitkerings- en balanstest

Voordat u een uitkering aan uw aandeelhouders kunt doen, moet een uitkerings- en balanstest worden uitgevoerd. Op basis van de uitkomst moet de bestuurder zijn goedkeuring op de uitkering verlenen. Een uitkeringstest heeft als doel om vast te stellen of er bedreigingen zijn ten aanzien van de continuïteit van de besloten vennootschap (bv) na uitkering van het dividend. Hierbij moet een jaar vooruit worden gekeken. Als blijkt dat de bv na uitkering niet meer haar opeisbare schulden kan voldoen, doet een bestuurder er goed aan om geen goedkeuring te geven aan een uitkering.  

Verkoop van de onderneming

Stel, u bent directeur-grootaandeelhouder (DGA) en staat op het punt uw bedrijf te verkopen. Met de koper heeft u afspraken gemaakt en alle overnamemodaliteiten zijn vastgelegd in een koopovereenkomst. De onderneming wordt ‘debt and cash free’ overgedragen aan de koper. U keert alle cash in de bv uit naar het moederbedrijf; het heeft voor de koper namelijk geen zin om geld met geld te kopen. Het moment van de feitelijke overdracht staat voor de deur en u wilt alle cash uitkeren. Voordat alle aandelen door de notaris aan de koper worden overgedragen, bent u nog steeds aandeelhouder en bestuurder van de bv. Als bestuurder wilt u de spelregels volgen dus u gaat aan de slag met de uitkerings- en balanstest. Hier kunt u echter een fout maken. Als bestuurder wilt u een doorkijk maken naar het komende jaar, het liefst de komende twee jaar. U wilt immers een uitspraak doen over de continuïteit van de onderneming. Maar morgen zit u bij de notaris om de aandelen in de bv over te dragen. Vanaf dan krijgt een nieuwe bestuurder het voor het zeggen. U kunt dus helemaal geen uitspraak meer doen over de toekomst van de bv en legt zo uw lot in handen van de koper.  

Continuïteit

Wat kunt u in deze situatie doen? We mogen er vanuit gaan dat de koper bij de overname niet de intentie heeft gehad om de onderneming binnen korte tijd na de overname te laten failleren. U kunt dit navragen bij de koper, maar of dat verstandig is? Het is immers maar een flinterdunne argumentatie. Hoe kunt u dan wel de continuïteit van de organisatie bepalen? Bij de invoering van het nieuwe bv-recht in 2012 is er in de wet geen pasklaar antwoord gegeven op de vraag hoe de uitkeringstest precies moet worden uitgevoerd. Ook is een bovenstaande situatie niet behandeld. We kunnen ons ook niet wenden tot juridische uitspraken, hiervoor bestaat de wet nog te kort. Juristen kunnen roepen: dit probleem heeft de wetgever niet voorzien en het is niet in de geest van de regeling. Maar als u als voormalig bestuurder door schuldeisers of de curator wordt aangesproken op een verkeerde beslissing heeft u hier voorlopig niets aan. Sterker nog, als voormalig bestuurder bent u hoofdelijk verbonden tegenover de bv voor het tekort dat door de dividenduitkering is ontstaan.  

Hoe kunt u het aanpakken?

In de toekomst zullen er, door voortschrijdend inzicht, passende oplossingen worden gevonden, maar u kunt hier nu ook al op inspelen. Onderstaande praktische suggesties helpen u op weg:

  • U plant het traject voor de bedrijfsoverdracht geruime tijd van te voren. Ruim een jaar voordat u uw onderneming verkoopt, wordt alle cash, ondersteund met een positieve balans- en uitkeringstest, ‘naar boven’ uitgekeerd. In de periode tot aan de feitelijke verkoop bent u nog steeds bestuurder en heeft u alle touwtjes nog in handen. De onderneming is zo al ‘cashfree’ als hij wordt verkocht. In de tijd tussen de dividenduitkering en de feitelijke overdracht kan het moederbedrijf, voor zover dat nodig is, als bankier optreden voor het werkkapitaal.

Mocht bovenstaand scenario niet haalbaar zijn, dan kan het volgende u ook helpen:

  • De koper heeft een financiële prognose voor de komende jaren gemaakt. Vraag of u zijn prognose mag gebruiken als bijlage bij uw uitkeringstest. Uiteraard is het belangrijk om te controleren of de cijfers realistisch zijn.
  • De koper heeft voor de financiering, naast zijn eigen middelen, een bancaire lening ontvangen. U kunt er dan op vertrouwen dat er geen grote bedreigingen zijn ten aanzien van de continuïteit van de bv. Bankiers zijn, meer dan ooit, zeer kritisch op het beoordelen van plannen, omdat continuïteit voor hen net zo belangrijk is als voor de bestuurder.
  • Om de overname mogelijk te maken, heeft u als verkoper, middels een geldlening of ‘earn-out’-regeling, meegefinancierd. Dit doet u niet zonder voorwaarden. U mag daardoor (in)direct meebeslissen over de bv: dividenduitkeringen door de koper zijn voorlopig niet toegestaan, exorbitante managementvergoedingen evenmin en bovendien heeft u zeggenschap over geplande investeringen. Op deze manier houdt u een vinger aan de pols en voorkomt u dat de onderneming op korte termijn averij oploopt.
  • Daarnaast kunnen er in de koopovereenkomst ook juridische waarborgen worden opgenomen. De invulling hiervan zal per traject verschillend zijn.

Ondanks dat er in de wet nog geen pasklaar antwoord is op de vraag hoe u het beste om kunt gaan met een dividenduitkering bij de verkoop van uw onderneming, zijn er voldoende mogelijkheden om ervoor te zorgen dat u alles zo goed mogelijk af kunt handelen. U hoeft dus geen risico te lopen!

Gert Jan van den Berg, Senior Corporate Finance adviseur bij ABAB Accountants en Adviseurs 

  • aandelen
  • bedrijfsverkoop
  • onderneming
  • verkopen
  • verkoop
  • dividenduitkering
  • Bedrijf verkopen